Ode aan bier

Ode aan bier

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan Bier.

Beste Bier,

Er is een tijd geweest dat we elkaar nog niet kenden. Gek eigenlijk, ik kan me geen leven meer zonder jou voorstellen. Maar ooit kwam ik toch écht de kantine binnen voor heel andere doeleinden. Ik leste m’n dorst nog niet met jou, maar met AA-drink. Een soort Kriek inderdaad. Als ik met die zoete meuk in m’n hand een frikadel speciaal en een snoepzak bestelde, had ik geen omkijken naar jou. Dan keek ik naar alles wat te maken had met voetbal. Ik wist toen nog niet dat jij álles met voetbal te maken hebt.

Maar wees niet bang, Bier, ik zie het nu: de bal, jij én ik zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Oké, borsten horen daar ook bij. Bier, ballen en borsten. Ze zijn de liefdes van m’n leven.

Maar als ik écht moet kiezen, ben jij het die m’n weekenden, m’n avonden en m’n feestjes maakt. Niks tegen m’n teamgenoten hé, of de barvrouw of materiaalman. En ik vind het prima om met m’n maten te zitten aan een tafel of te hangen aan een bar, maar ik ben er inmiddels achter dat er na uurtje zonder jou in een kantine gewoon geen hol aan is. Uiteindelijk zijn we die teamgenoot die maar blijft praten over momenten in wedstrijden van zes jaar geleden die we allang vergeten bent, echt wel beu. En die dj met z’n stroboscopen. En die clublotenverkopers. En het gewoon zitten en ouwehoeren. Dan moet er gewoon gezopen worden. Geschreeuwd. Gezongen. Gekwijld. Genoten worden. Van jou.

Dan ben jij op je best en sta jij op. Jij weet van iedere avond een feest te maken, van iedere vloer een schaatsbaan, van iedere normaal functionerende vent of dame een belachelijk incapabele idioot. Jij bent er, altijd. Of we nou winnen of verliezen. Jij staat vooraan. Als onze coach, onze therapeut, onze steun en toeverlaat. Jij zal ons nooit verlaten. Toch?

Al die tijd dat voetbal de liefde van ons leven was, dat we sliepen met een bal in ons bed, dat we urenlang tegen muurtjes trapten en met vriendjes tienden, wachtte jij geduldig. Je bleef, omdat je wist dat er een dag zou komen dat we ons aan jou zouden vergrijpen door voor de eerste keer minimaal 10 Biertjes te drinken – bij mij gebeurde dat in discotheek De IJzeren Pot in Hooge Zwaluwe – en niet meer los zouden laten. Je had gelijk: langzaam ben je opgeklommen van vage kennis naar metgezel. Nu kunnen we niet meer zonder jou. Wíllen we niet meer zonder jou.

Sommigen zien het nog niet, maar ooit gaan we jou allemaal heel hard nodig hebben. Op die ene dag dat we met onze dikke grijze kop en verrotte enkels en knieën beseffen dat we niet meer op een voetbalveld uit de voeten kunnen en slechts nog aan de zijlijn en in de kantine zullen kunnen zitten. Dan zal jij er nog altijd zijn. Onze houvast. Ons lichtpunt in donkere dagen.

Ik koester jou, Bier, omdat ik bang ben ooit dat gevoel kwijt te raken van die fantastische voetbalmomenten waar jij deel vanuit maakte. Die momenten van een bak Bier in de kleedkamer. Van een koud flesje onder de warme douche. Van die eerste slok koud getapt Bier na wat inspanning.

Weet je, Bier, jij bent écht het beste wat ons Kelderklassers is overkomen. Jij was het die ons ooit leerde om op onze muil te gaan en dingen te zeggen die we niet meenden. Die ons leerde hoe we onze verlegenheid konden overwinnen. Die ons leerde schreeuwen, schelden en schoppen. Onze eigen grenzen te kennen en er keihard overheen te gaan. Door jou durfden we te zoenen en te zoeken naar onszelf. Onze tranen te laten zien van het huilen en van het lachen. Maar veel belangrijker nog: jij leerde ons in de kantine om You’ll Never Walk Alone en We Are The Champions onverstaanbaar mee te brullen zonder dat we de tekst echt helemaal kenden. Nog steeds niet eigenlijk.

Daarvoor ben ik je dankbaar. Voor die herinneringen van kampioenschappen en degradaties waar jij bij was. Ook omdat jij het was die ons wakker schudde uit die droom dat we uit prof zouden kunnen worden. Je gaf ons namelijk buikvet, enorme katers en tegenzin om naar die bal te sprinten.

Ik dank jou. Wij danken jou. Om er iedere week weer te zijn. In iedere kantine, in iedere vorm. Als flesje, fluitje of vaasje. Als microfoon of als houvast als we ons effe ongemakkelijk voelen.

Dank. Want Jij, onze Pint, onze Pils, onze Goudgele Rakker, ons heerlijk Gerstenat met dat prachtig witte schuimkraagje van je en dat heerlijk prikkelende koolzuur, sprankelend als altijd en borrelend van geluk, bent ons alles. Ons geluk. Ons Bier. We zullen je blijven grijpen, uit bakken, kratten en meters. En we zullen je blijven drinken, heel rustig en genietend, maar ook ordinair als adje Schoen, adje Kan of adje Vleermuis.

Blijf asjeblieft voor altijd dichtbij. Rond veld, kleedkamer en kantine. Want de bal alleen is allang niet meer genoeg voor ons. Zonder jou, Bier, is er geen hol aan hier.

Upload je eigen video's naar de app.

Zonder jullie, geen Kelderklasse. Wekelijks krijgen we de meest briljante video's toegestuurd. Download de app en stuur ook jouw video's en foto's in.

Of stuur hem via Facebook of E-mail

Rechtstreeks op je tijdlijn

De grootste op Facebook. En inmiddels ook op Instagram.