Ode aan de waterzak

Ode aan de waterzak

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’T zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan de waterzak.

Gerrie was zojuist geraakt. Een klassiek knietje in zijn onderrug. Zo eentje die je alleen cadeau krijgt als de bal op je af dreigt te komen, jij te laat springt en de man in je rug een lul blijkt te zijn en jou als trapje naar de bal ziet, omdat –ie zelf te lui en dik is om zelf te springen, bang dat ie bij de landing door z’n enkels zal zakken. Gerrie zag de bal aankomen, stond op zijn tenen en bam: daar was zijn tegenstander, die dus een lul bleek te zijn en Gerrie een beuk gaf met z’n knie, de bal overigens volledig missend. Terwijl Gerrie nog net een ‘Aaaaah! Lul!’ kon uitroepen naar zijn tegenstander, stortte hij zelf als een ouderwets tragisch stervende zwaan ter aarde. 

Zo gebeurde het dat Gerrie na achttien zuivere minuten speeltijd op een prachtige zondagochtend theatraal over het natte gras rolde van veld 4. Als hij niet geblesseerd uitviel door de pijn, was het wel door duizeligheid. Eenmaal stilliggend aan de zijlijn – de overtreding werd in het strafschopgebied begaan – vond Gerrie eindelijk de juiste woorden voor de grove charge op zijn toch al fragiele lichaam:

‘Waterzak!’

Het woord ‘waterzak’ schreeuwen op een voetbalveld is fijn. Het klinkt lekker. Professioneel ook. Als een chirurg die zijn instrumenten snel nodig heeft. Gerrie had gelijk; dit was een uitstekend waterzakmoment. Zo’n moment waarop de verzorger snel van z’n bidonkrat springt, ongeduldig wacht op het signaal van de scheids om na diens goedkeurende knik in soepele tred en even zo soepel trainingspak het veld in te sprinten voor een uitvoerig onderzoek en een zacht deppende spons rechtstreeks uit de waterzak op een beschadigd lichaamsdeel. Maar de waterzak kwam niet. De spons bleef uit. Er kwam niks; geen waterzak, geen spons, geen spuitbus met kouwe meuk. Want er wás geen waterzak. Voor de bank van Gerries’ team lag slechts een drietal bidons waarvan er al twee waren leeggedronken door Beukie, de enige wissel. Beukie werd op de bank vergezeld door Nadorst.

Toch sprong hij van de bank, griste die ene volle bidon van het gras, sprintte ‘t veld in naar de zijlijn waar Gerrie lag, knielde bij hem neer en sprak de wijze zalvende woorden:

‘Gaat -ie, Ger?’ 

Maar het ging niet. De alcoholwalm uit Beukies’ mond verminderde even de pijn in Gerries onderrug, maar wat verlangde Gerrie toch naar een échte verzorger. Een verzorger met een waterzak met een koude natte spons op zijn blote rug en een spuitbus die iedereen altijd maar blind accepteert, terwijl ’t net zo goed een bus deodorant zou kunnen zijn die een nachtje in de katninevriezer heeft gelegen. Maar Beukie had geen waterzak. Beukie had slechts een inmiddels voor drie kwart lege bidon, omdat iedere teamgenoot plots een enorme behoefte kreeg aan een slok water zodra Beukie zijn eerste stap in het veld zette.  

Gerrie mist de waterzak. Die psychisch oh zo waardevolle waterzak. Een zak die al tijden in zwaar weer zit op de bijvelden. Hier zijn geen druipende sponzen in soppende sokken te vinden. Geen extra wisselspelers die de zak willen vullen en al zuchten als ze die paar verdwaalde bidons moeten vullen als iedereen al lekker op ’t veld is. Als er in de Kelderklasse al een waterzak zou zijn geweest, zou de spons waarschijnlijk alleen gebruikt zijn na de wedstrijd in de kleedkamer om ons mee te wassen, bij gebrek aan een washand. Of om er in het ergste geval op te zeiken en ermee te gooien naar net gedouchte teamgenoten. De waterzak zou waarschijnlijk na de eerste uitwedstrijd van het seizoen één keer gebruikt zijn, om een onoplettende teamgenoot een kouwe douche te geven, om daarna al meteen te worden vergeten bij die kantine. Grote kans dat die spuitbus met kouwe meuk dan al lang en breed zou zijn leeggespoten in de douche in vele bilnaden en op menig geslachtsdeel(tje).

Ik hoop met Gerrie mee, dat de waterzak blijft bestaan en ooit terugkomt op de bijvelden. Als Kelderzak ofzo. Met een spons en een natte rol tape erin, maar ook met een fles Chardonnay koud, twee glaasjes erbij en met een extra vakje voor de borrelnootjes. De Kelderzak moet Kelder-klasse uitstralen. Ons vermaken. Weer hip worden. Zelfs zo hip dat de dames er ook mee willen lopen. De Kelderzak als modeaccessoire. Make-upje erin, portemonnee, mobieltje en hop: de stad in, lekker shoppen. Prachtig lijkt me dat: een dame die lekker loopt te shoppen met tussen pols en biceps een hippe waterzak geklemd, gesponsord door Gerries’ Frietspeciaalzaak of Dildoshop het Stijve Paaltje. Maar goed. Zover is het nog niet. Voor nu zijn we blij met wat bidons.

Dus hup, derde wissel. Doe je ding: geef ons water. En veel. We gaan ’t nodig hebben.

Meer van Dion van Meel lees je op zijn website!

Upload je eigen video's naar de app.

Zonder jullie, geen Kelderklasse. Wekelijks krijgen we de meest briljante video's toegestuurd. Download de app en stuur ook jouw video's en foto's in.

Of stuur hem via Facebook of E-mail

Rechtstreeks op je tijdlijn

De grootste op Facebook. En inmiddels ook op Instagram.