fb
Download
×
Kelderklasse app
Download de app!
Stuur jouw videos in via de Kelderklasse App.
Ode aan de Vleugelspits

Ode aan de Vleugelspits

Artikel


Ode aan de Vleugelspits

Ode aan de Vleugelspits

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een Ode aan Vleugelspits.

“Gaan!!

Ga diep dan!!

Verdomme, man!

Hoezo ging je niet?!”

Dit. Zo’n zeventien keer in een wedstrijd. Natuurlijk denken wij allemaal net die perfecte pass te hebben verstuurd. Heerlijk met dat buitenkantje naar buiten draaiend, met het binnenkantje langs de kalklijn of door middel van een geweldige cross. Als –ie maar een paar metertjes voor onze vleugelspits ligt. Kan –ie effe sprinten, ‘m meenemen en hoppa: gevaar. Het probleem is: de klassieke vleugelspits is niet meer.

Oké. Misschien is –ie dat in onze klasse wel nooit geweest, maar er was een tijd dat we bij de Grote Jongens ‘wingers’ hadden om van te smullen. Klassieke buitenspelers zoals ze ooit bedoeld waren. Spelers als Keizer, Swart, Rensenbrink of Rep. Opgevolgd door Overmars, Bryan Roy, Salto Zenden en als laatste onze Robben. Vleugelspitsen die snel en technisch begaafd waren, met een prima voorzet in huis. Mannen geplakt aan de kalklijn, die ervoor zorgden dat er altijd gevaar dreigde. Helden die je altijd en overal om een boodschap kon sturen.

We denken nog steeds dat in onze Kelder dat soort voetballers rondlopen, maar nee: op veld 6 worden geen boodschappen gedaan. Bij ons is de vleugelspits nog altijd die man die van z’n vrouw aardappelen moet halen, maar thuiskomt met een pak luiers en een komkommer. Die arme vent die halverwege zijn weg naar de supermarkt vergeet wat -ie eigenlijk moest halen. Die knul die met z’n boodschappentas en zonder portemonnee naar buiten stapt en struikelt over de drempel. Ieder seizoen hopen we weer dat er weer eentje komt aanwaaien: een ouderwetse vleugelspits die maar door kan blijven gaan. Een flankspeler die je constant diep kunt blijven sturen. Zodat wij geen ingewikkelde oplossing hoeven te bedenken als we die bal plots aangespeeld krijgen en niet weten wat we ermee moeten, maar ‘m altijd blind naar voren kunnen hengsten.

Vooralsnog zijn er hier geen ouderwetse vleugelspitsen te vinden. Enkel wat rare vogels met gebroken vleugels.

De laatste echte vleugelspeler in mijn team stond in de C1. Zijn naam: Cees van B. Breed als de kledingkast van m’n ouders, snel als de Vespa van m’n broer, met de longinhoud en gedrevenheid van Mario Cipollini. Cees kon je altijd en overal om een boodschap sturen. Helaas deed Cees die boodschap niet bij de plaatselijke supermarkt, maar rende hij door naar het volgende dorp. Cees had namelijk geen rem. Met een beetje geluk gaf –ie de bal net op tijd af of schoot –ie op doel. Maar vaker flikkerde –ie over de reclameborden of in de struiken. Cees van B. was voor mij de laatste echte ouderwetse vleugelspits.

Toch moeten we daar aan de zijkanten iemand neerzetten. Maar wie dan? Juist: de slechtste voetballer die we hebben in ons team. Nee, niet de back; de aller allerslechtste. De speler die nul weet heeft van voetbalregels. De speler die weet dat –ie aan de zijkant moet blijven plakken, maar geen idee heeft of –ie überhaupt bij de middencirkel mag komen. De speler die, als we coachen dat –ie naar binnen moet kruipen, op handen en knieën gaat zitten en kruipt naar kantine of kleedkamer. Hij weet dat de bal rond is, dat kalklijnen recht horen te zijn en dat hij de bal bij een ingooi moet laten liggen voor de back. Maar voor de rest loopt –ie vooral in de weg. Hij staat daar namelijk maar voor 1 ding: geen tegendoelpunt veroorzaken. Dat is de vleugelspits van de Kelderklasse.

Dus wat doen we? We sturen ‘m diep. Zo vaak we kunnen. Zodat de bal niet achter ‘m ligt maar vóór ‘m. We coachen. Schreeuwen ‘m toe. Dat –ie moet rennen. Moet jagen. Moet storen. Moet zagen. Moet vechten voor die bal. En dan geven we ‘m complimenten. Omdat ’t vast ooit een keer goed zal gaan en zijn voorzet prompt het doel invliegt.

Alle Odes zijn te vinden op dionvanmeel.nl