fb
Download
×
Kelderklasse app
Download de app!
Stuur jouw videos in via de Kelderklasse App.
Ode aan publiek

Ode aan publiek

Artikel


Ode aan publiek

Ode aan publiek

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Dit keer schrijft hij een Ode aan het publiek.

Juichen. Langzaam vergeet ik wat het is. We mogen niet meer juichen tijdens een voetbalwedstrijd. Niet in een stadion, en het liefst ook niet op het veld. Ja, zittend mogen we juichen. Zolang we onze bek maar houden, deelde Rutte ons zo genuanceerd mogelijk mede. Tenzij we een capuchon opdoen, stoer kijken en vuurwerk afsteken, zoals Willem II-supporters donderdag op een plein in Tilburg demonstreerden. Dan mag alles. Corona zoudan vanzelf in rook opgaan. Ach. Wie maakt zich er druk om. De gemiddelde Kelderklasser weet niet eens wat juichen is.Als wij scoren, zeggen we ‘Lekker pik’ en lopen we terug. Langs de hekken staat al lang niemand meer. Er staan niet eens hekken langs onze velden trouwens, laat staan dug-outs.Op de plekken waar wij voetballen, stond geen clubman, scout of ouder ooit aan de zijlijn.Onze velden liggen namelijk in de schaduw van de massa, ver van stadions en tribunes, op het verdomhoekje van het sportcomplex.

Wij spelen onze wedstrijden op publiekloze velden.En we geven niemand hiervan de schuld, he. Blijkbaar vindt men dat ons spel geen publiek verdient. Geen spandoeken of liederen. Geen galmende oeh’s en aaah’s. Mensen bleven en blijven weg omdat ze vinden dat wat wij doen, nergens op slaat. En dat weten wij ook wel. Maar voor óns, de liefhebbers, de zwoegers, de gewezen talenten en levenslange prutsers, is wat we doen álles. Als wij iets geniaals met de bal doen, willen we het liefst daarna opkijken om te checken of iemand zag wat er zo net gebeurde. Een bal in de haak, een schaar, een wippertje, een stiftje, een zaag; we doen alsof we achteloos doorvoetballen na zo’n zeldzaam briljante actie, maar ook wíj willen horen dat het goed was wat we deden. Dat het beter was dan normaal. We verlangen naar die bevestiging. Een schouderklopje. Een ‘Lekker, man!’ Maar er is niemand die het ziet. Zelfs geen teamgenoot. ‘Zag je die actie van me in begin 2 e helft?’ ‘Sorry man, het schoot toen net in m’n hamstring…’ We kunnen wel stoer zeggen dat we dat publiek niet missen, maar dan zouden we liegen. We denken het allemaal: was er maar iemand die het een keer wél zag. Waren er maar beelden van. Zei Tom Egbers er maar iets over. Terwijl de prof verlangt naar die volgepakte stadions, wachten wij al jaren op die ene supporter.

Geen wissel of vlagger, maar een échte. Eentje met burgerkleding en een papieren bekertje koffie. Ik houd hoop, juist in deze tijden. Binnenkort zullen er bij ons hekken om ’t veld worden geplaatst en zullen de mensen dringen om een plekje. Men zal beseffen dat hetgeen wij doen, helemaal niks met voetbal heeft te maken; ons voetbal is kunst, met een vleugje vliegwerk. Dat onze wedstrijden niet zomaar wedstrijden zijn, maar voorstellingen gevuld met kunstenaars, komedianten en acrobaten.

Dit is onze kans. Binnenkort, als de theaters en musea weer dicht zullen moeten, de cultuurliefhebbers snakken naar wat cultureel vermaak in de buitenlucht en FC Covid de wedstrijd met dikke cijfers dreigt te gaan winnen van vv Cultuursector, zullen wij er staan, de cultuurbewakers van het voetbal. In ons openluchttheater, waar op het veld anderhalve meter de norm is, omdat korter dekken ons nog nooit is gelukt. Komt dat zien, komt dat zien! We zullen onze supporters niet teleurstellen. Er is immers bier.